HH-060 · Volledige tekst
De muntgewichtdoos van Marten Goetbloet uit de collectie van Marie de Man
Inleiding
“ ‘t Ligt altijd dáár, waar men het niet zoekt. Wat in Zeeuwsche armen- en godshuizen tevergeefs wordt gezocht, blijkt in het Zuiden van ons land te berusten”.
Bovenstaand citaat is het begin van een artikel uit 1918 van Marie de Man over de vondst van een muntgewichtdoos van Marten Goetbloet, gedateerd 1614. Zij had eerder in een artikel uit 1916 de vrome wens geuit een doos van een Middelburgse muntgewichtmaker te bezitten. Dankzij een ruil met de bekende muntenverzamelaar en publicist A.O. van Kerkwijk werd haar wens vervuld. In haar artikel beschrijft zij de muntgewichtdoos uitvoerig. Daar kunnen we haar alleen maar om prijzen zoals we straks kunnen lezen. We laten haar nog een keer aan het woord.
“Volgens mededeeling van den bezitter was het een exemplaar van den Middelburgschen balansmaker Marten Goetbloet, incompleet en in tamelijk slechten toestand verkeerende. Het doosje is inderdaad zeer geschonden (afb. 2). Uitwendig is het fraai genoeg in blinddruk geornamenteerd met twee vioolhaakjes tot sluiting, maar inwendig heeft het door den houtworm veel geleden. Weegschaaltjes en aasgewicht ontbreken. De afmetingen van het perenhouten doosje zijn 145 x 83 x 32 mm. (afb. 3). Het voert geen etiquette, maar op de vlakken rand langs de scharnieren leest men het met inkt geschreven niet zeer duidelijke opschrift: Ghemaekt bij Marten Goetbloet tot Middelburgh (op den) Burgh. Een schuiflade bevindt zich in de doos, niet in het deksel (afb. 4). Dit laatste vertoont in fraaie gravure twee vierkanten door krulwerk gescheiden. In het midden van ieder vierkant een rozet in zwartsel aangebracht, in zes golvende stralen uitloopende, door vier kleine roosjes in de hoeken omgeven. Tweemaal komt het jaartal 1614 er op voor. Alles omgeven door een rand uit drie als klaverblaadjes gevormde (symbool puntcircel) bestaande, onderling door een schulpje verbonden. Er zijn nog 26 koperen blokjes aanwezig, die meest alle in de schuiflade zijn te vinden. 23 Ervan voeren aan de onderzijde een zelfde merk namelijk het Zeeuwsche wapen tusschen de letters M G B, waarboven de burcht van Middelburg en o6 (1606), het aangenomen teeken van den balansmaker Marten Goetbloet. De drie overige gewichtjes hebben andere, maar eveneens Zeeuwsche merken, waarvan twee uit later tijd (afb. 5). Het merk M G B is reeds bekend. Het is beschreven onder no. 8 op blz. 109 van mijn vorig artikel, waar het voorkomt op het blokje van den Engelschen angelot, in het Kon. Kabinet berustende. De opschriften boven sommige vakjes zijn tengevolge van het afbrokkelen van het hout gedeeltelijk uitgewischt, andere zijn overgeschreven, zoodat het niet meer precies te zeggen valt, wat er oorspronkelijk heeft gestaan. Zie hier de namen, die goed leesbaar zijn”.
Maria Goverdina Antonia de Man, 1855-1944, was vanaf 1889 tot 1933 conservatrice van het Numismatisch Kabinet van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Van haar vader, een bekende Middelburgse arts en oudheidkundige, erfde ze haar grote liefde voor de Zeeuwse geschiedenis. In een honderdtal (!) artikelen, waarvan vele in het jaarboek van het Koninklijk Genootschap voor Munt en Penningkunde (K.G.M.P.), gaf zij blijk van haar veelzijdige belangstelling. Van dit Genootschap, dat in 1892 werd opgericht, was zij vanaf het begin - en lange tijd - het enige vrouwelijke lid. In 1905 kreeg zij een penning uitgereikt vanwege 25 jaar wetenschappelijke verdiensten als numismate (afb. 1), waarna in 1917 het erelidmaatschap volgde. Aan Marie de Man is het te danken dat veel gegevens uit het Middelburgse archief door publicatie bewaard gebleven zijn. Het archief zelf is in 1940 door oorlogshandelingen deels verloren gegaan. Ook haar huis in de Lange Sint Pieterstraat, met daarin haar eigen collectie waaronder Middelburgse muntgewichten en -dozen, is toen verloren gegaan. In 1942 moest zij uit Middelburg evacueren. Haar laatste jaren bracht ze door in Leiden, waar zij in 1944 overleed.
Vervolgens somt De Man alle gewichten op met naam en de plaats die zij in de doos en lade aantrof. Ook de muntgewichten die volgens de bijgeschreven tekst in de doos horen maar er op dat moment niet inzaten worden door haar vermeld. De beschrijving van de muntgewichten is zeer uitvoerig en beslaat in haar artikel wel dertien (!) pagina’s. Marie de Man verzamelde ook nog andere muntgewichtdozen en losse muntgewichten. Over haar tweede Middelburgse muntgewichtdoos, van Jacob de Neve, vervaardigd in 1643, schreef zij in 1922. In 1929 kon zij een derde Middelburgse muntgewichtdoos bemachtigen, namelijk een van Martinus de Backer uit 1657. In datzelfde jaar schonk zij deze doos aan het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen en we vinden deze doos vandaag de dag terug in de opstelling van het Zeeuws Museum in Middelburg. Zij bezat overigens nog meer muntgewichtdozen, zoals die van de Amsterdamse makers M. Groengraft, Paulus Dorsman, Johannes Lindenman en twee van Jacob l’ Admiral. Dan breekt, voor Nederland, in 1940 de Tweede Wereldoorlog uit. Door zware bombardementen wordt op 17 mei van dat jaar de Middelburgse binnenstad voor het grootste deel verwoest. Ook de Sint Pieterstraat met de woning van Marie de Man en haar zuster Antoinette wordt daarbij niet gespaard. Of de woning geheel of gedeeltelijk wordt verwoest is niet bekend, wel dat Marie, met haar zuster, op dat moment in Domburg verbleef. Wat er met haar collectie gebeurde, zoals munten, penningen en de muntgewichtdozen, blijft onduidelijk. Een belangrijk deel van haar numismatische collectie had De Man in 1922 en 1923 verkocht aan het Koninklijk Kabinet van Munten, Penningen en Gesneden Steenen. Een klein deel nam zij tijdens haar evacuatie mee naar Domburg. Maar er bleef nog veel materiaal, waaronder haar numismatische boeken en aantekeningen, achter in het huis in Middelburg. Mogelijk bevond zich ook de collectie muntgewichtdozen daarbij. Belangrijk hierbij is de vraag of er nu wel of niet nog eigendommen van beide zusters uit de puinhopen gered zijn. Van de Amsterdamse muntgewichtmakers Groengraft, Dorsman, Lindenman en l’Admiral staan vele dozen op de site www.muntgewicht.nl. Helaas beschreef De Man deze dozen niet in detail, zodat we alleen kunnen gissen of zich daar een exemplaar uit haar collectie tussen bevindt. De verblijfplaats van de Middelburgse muntgewichtdoos van Jacob de Neve is tot op heden onbekend.
Tijdens een onderzoek naar Middelburgse muntgewichtdozen in museale collecties schreef ik ook het Bernisches Historisches Museum in Bern (Zwitserland) aan. Uit een publicatie van dhr. F. Lavagne in Schweizer Münzblätter in 1966 bleek dat hij de collectie muntgewichtdozen en muntgewichten die zich in het betreffende museum bevindt geïnventariseerd had. Eén van deze dozen was een Middelburgse muntgewichtdoos (inv.nr. H/33682) met een aantal gewichten van Molkman, Du Mont en Goetbloet. Het betrof een samengestelde doos zonder verdere gegevens en beschrijving. De in het Frans geschreven tekst omschrijft de initialen van de maker als MM, 95(1595) MM 1601 en MM 1615.
Deze gewichten zijn abusievelijk omschreven als gewichten van Matthijs Molckman terwijl het hier om Maarten du Mont gaat. Van Molckman bestaan namelijk geen muntgewichten met deze jaartallen.
Vervolgens schrijft Lavagne dat de initialen MB en 06(1606) aan Maarten du Mont toebehoren. MB moet uiteraard MGB zijn, namelijk Marten Goetbloet.
Door zijn foute interpretatie van de makersinitialen verkeerde ik jarenlang in de veronderstelling dat het hier om een samengestelde muntgewichtdoos van Matthijs Molckman ging. (inv.nr. H/33682).
Bij navraag aan het Bernisches Historisches Museum kreeg ik een aantal foto’s toegestuurd van de doos en de muntgewichten waaruit bleek om welke muntgewichtmakers het nu precies ging.
De bovenkant van het deksel vertoont de afdrukken van een aantal stempels, evenals de binnenzijde van het deksel. (afb. 1) De doos zelf is leeg, geen gewichten, geen balans, geen aasgewichten met houten schuifje.(afb. 2)
In de lade bevinden zich nog 13 muntgewichten: 8 van Marten Goetbloet, 2 van Matthijs Molckman, 2 van Maarten du Mont en 1 gewicht van Peeter Herck II uit Antwerpen. (afb. 3) De doos ziet er verder erg kaal uit en vertoont houtwormgaatjes. De maten van de doos bedragen: 14,7 x 8,5 x 3,5 cm.
De foto’s bestuderend en de gegevens controlerend van de nog aanwezige gewichten kan ik niet anders dan tot de conclusie komen dat we hier te maken hebben met de sinds 1940 verloren gewaande muntgewichtdoos uit de collectie van Marie de Man. De maten van de doos, de beschrijving van het deksel met inhoud, de stempels in het deksel en de rand kloppen. Van de muntgewichten uit de doos zijn 9 exemplaren identiek aan haar beschrijving, de andere vier, waaronder het gewicht van P.H. uit Antwerpen, zullen naderhand zijn toegevoegd. Graag had ik, als laatste overtuigend bewijs, de met inkt geschreven tekst gelezen die Marten Goetbloet aanbracht in de doos. Maar helaas, ook nieuwe foto’s die op mijn verzoek zijn genomen van de oorspronkelijke plaats van de tekst, maken de tekst niet zichtbaar. Wel kreeg ik het bericht dat de doos door het museum in 1951 verworven is van een inwoner van Bern, maar zonder vroegere historie. Waar de doos tussen 1940 en 1951 verbleef is onbekend.
Concluderend stel ik vast dat deze doos gered is uit het woonhuis van Marie de Man en blijkbaar roet- en/of brandschade had. Na de vondst is de doos erg grondig schoongemaakt waarbij onder andere de met inkt geschreven tekst en jaartallen verdwenen zijn. Ook een belangrijk deel van de gewichten is er niet meer. Mogelijk is de doos open geweest waardoor alleen de gewichten in de lade bewaard bleven. Een aantal daarvan vertoont duidelijk brandschade (zie afb. 5). Dankzij de uitstekende en uitgebreide beschrijving in de publicatie van Marie de Man kan deze doos geïdentificeerd worden. Jammer is het wel dat er nu nog steeds geen muntgewichtlade van Matthijs Molckman bekend is.
- Marten Goetbloet, 8 muntgewichten (16)06.
- Matthijs Molkman, 2 muntgewichten (15)93 en 1605.
- Maarten du Mont, 2 muntgewichten 1615.
- Peeter(Pieter) Herck II, 1 muntgewicht, datering 1643-1667, Antwerpen.
Met dank voor de bereidwillige medewerking aan:
- Flora Tarelli: Mitarbeiterin Dokumentation und Sekretariat – Fotobestellungen.
- Daniel Schmutz, lic. phil. Kurator Numismatik und Staatsaltertümer, Koordinator Historische Sammlung, Bernisches Historisches Museum.
- Leida Goldschmitz-Wielinga voor haar aanwijzingen in de tekst.
Dit artikel is eerder gepubliceerd in het tijdschrift Meten en Wegen van de Gewichten en Maten Verzamelaars Vereniging, september 2022, 50e jaargang / no. 199 / pp. 4742-4746.
H. Hendrikse.
Literatuur
- Hendrikse, H., 2000: Makersmerken op Middelburgse muntgewichten, in: ‘Meten en Wegen’, 112, pp. 2657-2668.
- Lavagne, F.G., 1966: Poids à godet pour le pésage monétaire, in: Schweizer Münzblätter, Vol. 16, Heft 61, p. 46.
- Man, M.G.A. de, 1918: Doosje met goudgewicht van Marten Goetbloet, balansmeester te Middelburg, in: Jaarboek voor M.P.K. 5, pp. 30-47.
- Man, M.G.A. de, 1922: De Grafelijke Munt van Zeeland en de balansmeesters die er voor gewerkt hebben, in: Jaarboek voor M.P.K. 9, pp.41-69.
- Santen, C. van, 2019: Marie en Antoinette de Man, in: Arjan van Dixhoorn, Henk Nellen, Francien Petiet (red.), Een hoger streven: Bouwstenen voor een geschiedenis van het Zeeuws Genootschap, 1769-2019. Middelburg: Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen.
- Wittop Koning, D.A./G.M.M.Houben, 1980. 2000 Jaar gewichten in de Nederlanden; stelsels, ijkwezen, vormen, makers, merken, gebruik. Lochem.
Afbeelding bij de oorspronkelijke publicatie
Afbeelding bij de oorspronkelijke publicatie
Afbeelding bij de oorspronkelijke publicatie
Afbeelding bij de oorspronkelijke publicatie
Afbeelding bij de oorspronkelijke publicatie