HH-019 · Volledige tekst

Een Hanzepaardje uit Sluis

Inleiding

In het voorjaar van 1982, inmiddels ruim 40 jaar geleden, vond ondergetekende met een metaaldetector een voorwerp in stortgrond in Sluis. Na schoonmaak bleek het te gaan om een paardje, vervaardigd uit brons of messing. In eerste instantie dacht ik aan een stukje kinderspeelgoed daterend uit de middeleeuwen. Jaren later werd mij verteld dat het hier niet ging om kinderspeelgoed, maar om een bronzen gewichtje in de vorm van een paardje, afkomstig uit Noorwegen.

Korte geschiedenis van de stad Sluis

De stad Sluis kon zich vanaf de 13e eeuw ontwikkelen tot voorhaven van Brugge (B) dankzij haar ligging aan het Zwin. Dat zeegat ontstond na een hevige stormvloed in 1130. Op de splitsing van een zeewerende dijk en een uitwateringssluis van het Aardenburger Ambacht ontstond een kleine nederzetting. De Oude Kerkstraat en de Kapellestraat werden haaks op deze dijk, tegenwoordig de Zuiddijk, aangelegd. Beide straten dateren uit de eerste fase van de aanleg van de stad Sluis. We moeten dan denken aan de eerste helft van de 13e eeuw. De kleine nederzetting groeide snel en verkreeg in 1290 stadsrechten. De oudste bewoning van Sluis vinden we dan ook ten zuiden van de Zuiddijk, dus met name in de directe omgeving van de Oude Kerkstraat. Op het einde van deze straat, toen Kerkstraat geheten, werd vermoedelijk op het eind van de 13e of begin 14e eeuw de O.L.V. Kerk gebouwd. Tijdens de 80jarige oorlog werd die kerk wegens bouwvalligheid afgebroken. Interessante vondsten uit een opgraving aan de Lange Wolstraat in 1998 bewijzen het belang en het internationale karakter van de stad in de 14e en 15e eeuw. In de 16e eeuw zakt de handel door het dichtslibben van het Zwin - en daarmee de route naar Brugge - echter in, waarna de stad het zwaar te verduren krijgt in het begin van de 80-jarige oorlog. In de 17e eeuw wordt Sluis garnizoensstad en krijgt door de aanwezigheid van soldaten en officieren weer een economische impuls. Zowel in de Napoleontische periode als tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Sluis voor het grootste deel van de kaart geveegd. Pas daarna, dankzij het - nog steeds groeiende toerisme, begint voor haar weer opnieuw een bloeiperiode.

De vondstomstandigheden

In het vroege voorjaar van 1982 werd t.b.v. de bouw van een winkelpand aan de Oude Kerkstraat een grote hoeveelheid grond afgevoerd naar een laaggelegen terrein net buiten de stad Sluis. Vanwege de aanleg van een kelder onder het pand bleek de ingreep in de bodem bijzonder groot. Van enig archeologisch onderzoek of begeleiding bij deze uitgraving was geen sprake. Bouwvergunningen werden, na goedkeuring door het toenmalige zelfstandige Sluis, verstrekt zonder toetsing op eventueel archeologisch belangrijke gegevens die door de uitgraving verloren zouden gaan. In die jaren vonden vele archeologen dat de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd ‘te recente perioden’ waren voor intensief bodemonderzoek. Stadskernonderzoek gebeurde in die tijd wel al in enkele grote steden zoals Amsterdam en Rotterdam, maar nog nergens in Zeeland. Zo verdween bijvoorbeeld ook het grootste gedeelte van de uitgraving van een parkeerkelder in het hart van de stad Middelburg in 1983 ongezien naar de stort….

Pas geruime tijd na de uitgraving aan de Oude Kerkstraat werd ik door een collega-zoeker op de stortgrond geattendeerd. De vele tientallen hopen grond waren inmiddels door een bulldozer geëgaliseerd en daarbij ook flink vast gereden. Ook was het terrein door diverse zoekers al driftig afgezocht en kenners weten dat dan de kaas meestal al van het brood af is. Maar onder de noemer niet geschoten is altijd mis, zocht ik nog wat op het terrein. Uit een afvalpakket met wat grijsbakkende aardewerkscherven kwam een stuk metaal tevoorschijn waarvan ik op dat moment niet gelijk kon zeggen om welk voorwerp het ging. Omdat op zo’n stort alle perioden door elkaar gehusseld zijn, kun je in principe van alles aan materiaal verwachten.

De vondst

Na schoonmaak bleek het om een gezadeld paardje van brons te gaan waarvan de achterbenen beduidend korter waren dan de voorbenen en wat ik toen maar voor het gemak als speelgoed kwalificeerde. De leeftijd schatte ik, gezien de daarbij gelegen aardewerk scherven, op de 14e-15e eeuw. (afb. 1) Het formaat, de zwaarte en de uitvoering van het paardje kwamen mij echter onbekend voor. Kinderspeelgoed in de vorm van paardjes komt in de Late Middeleeuwen wel voor, maar dan nooit gegoten in brons. De paardjes die we kennen zijn veel kleiner en uitgevoerd in een tin/lood legering, terwijl ze daarbij vaak door een oorlogszuchtige ridder bereden worden. (afb. 2 en 3). Pas toen prof. Jos Koldeweij mijn vondsten een keer bekeek werd duidelijk in welke context we het paardje moeten plaatsen. Die ontdekking vond overigens vele jaren later plaats toen hij in een catalogus van het Statens Historiska Museum uit Stockholm vele tientallen van deze paardjes afgebeeld zag. Die paardjes, overigens in meerdere vormen en uitvoeringen vervaardigd, bleken allemaal gewichten te zijn met een massa variërend van circa 25 gram t/m 208 gram. Dat laatste gewicht komt overeen met de Noordse mark van 213,6 gram. Er zijn gewichten van een ½ mark, ¼ en ⅛ mark bekend. Het paardje uit Sluis heeft een massa van circa 100 gram, wat dus staat voor een halve mark. Die gewichtseenheden zijn in de Nederlanden in de Late Middeleeuwen ongebruikelijk. Hier was de Keulse mark met een massa van 233,6 gram in gebruik, maar daarnaast ook Trooise, medicinale, karaaten handelsgewichten. Het voert in dit artikel te ver om alle gewichtsoorten die toen in gebruik waren op te noemen, want in de Late Middeleeuwen hadden veel steden ook nog hun eigen gewichtseenheden.

In 2005 deed ik in Westerheem een oproep om te weten te komen of de Sluisse vondst een unicum was voor Nederland of dat er meer bekend waren. Het gaat duidelijk om Hanzepaardjes, die vrijwel allemaal dezelfde karakteristieke vormgeving vertonen, zoals een afhangende rug omdat de achterbenen beduidend korter zijn dan de voorbenen. De manen zijn dikwijls d.m.v. korte streepjes aangegeven. De paardjes komen zowel met als zonder zadel voor. De oproep leverde één positief resultaat op, namelijk een vondst uit 1999 uit het stadje Harderwijk. Een van de beentjes is afgebroken. Het ongezadelde exemplaar heeft als bijzonder kenmerk een meegegoten letter H. Volgens diverse onderzoekers zou deze letter H staan voor King Hakon V (1299-1319) wat tegelijkertijd een mooie aanduiding is voor een datering. In het algemeen wordt inmiddels aangenomen dat deze bronzen dierfiguren te dateren zijn in de 13e-14e eeuw. Inmiddels zijn er twee vondsten bijgekomen die niet in een van de Scandinavische landen zijn aangetroffen. Tijdens een opgraving in 2015 in Stralsund (D) werd een paardje gevonden en al eerder was er een bekend uit Wismar (D); dat paardje werd aangetroffen samen met drie munten uit de veertiende eeuw.

Inmiddels zijn er in de Scandinavische landen vele honderden van deze bronzen dierfiguren gevonden, voornamelijk paarden, maar ook runderen en honden komen voor. Gewichten in de vorm van dieren zijn aangetroffen bij opgravingen of als losse vondst in Noorwegen, Zweden, Denemarken, maar ook in Groenland en IJsland. Voor de vondsten die in onze contreien zijn gedaan is het van belang te weten dat die zijn gevonden in met de Hanze verbonden steden. Vrijwel alle handel met Noorwegen verliep via de route Lübeck naar Brugge, waar het Hanzekantoor de naam “Huis der Oosterlingen” droeg. De Hanze was een samenwerkingsverbond uit de 14e – 16e eeuw van kooplieden uit Duitsland, Denemarken, Noorwegen, Zweden en het huidige Nederland en België. Zij werkten op economisch gebied nauw samen en verleenden elkaar bepaalde privileges, zoals tolvrijstelling. Door samen te werken probeerden de kooplieden hun handel te beschermen en daarnaast uit te breiden. Noordse en Deense, maar ook Vlaamse handelaren vervoerden hout, ijzer, koper en andere producten naar Vlaanderen met als retourvracht o.a. laken. De paardjes uit Lübeck, Wismar, Harderwijk en Sluis zullen ongetwijfeld met een van deze schepen zijn meegenomen. Omdat het, in verhouding tot de vondsten in de Scandinavische landen, maar om enkele stuks gaat, is het niet aannemelijk dat ze hier daadwerkelijk als gewichtseenheid gefunctioneerd hebben. Mogelijk dat een bemanningslid van één van de schepen zo’n paardje wel leuk vond als speelgoed voor zijn kinderen.

In 2021 kreeg ik van Maarten Wispelweij, stadsarcheoloog van Harderwijk, het verzoek om de Sluisse vondst te laten onderzoeken op de samenstelling van het metaal bij de RCE in Amersfoort. Aan dat verzoek heb ik met plezier voldaan. Te vaak wordt van een koperen voorwerp gezegd dat het uit brons of messing vervaardigd is, maar die beschrijving gebeurt dan alleen op uiterlijke kenmerken. Door dhr. Bertil van Os, samen met collega Ineke Joosten van de RCE, is de samenstelling van beide paardjes met de XRF methode (röntgenfluorescentiespectrometrie) onderzocht. Beide paardjes zijn gegoten met een ongeveer gelijke samenstelling van koper, tin en lood. De hoeveelheid lood, nl. 22,6 % voor het exemplaar uit Harderwijk en 14,7 % voor dat uit Sluis, is vrij hoog, zodat we niet meer zonder meer kunnen spreken van brons. De term loodbrons is hier beter op zijn plaats. Lood werd in de middeleeuwen vaak aan koper/ tin voorwerpen toegevoegd om de materie wat plastischer te maken en dus beter te kunnen gieten. Ook muntgewichten voor het wegen van gouden munten uit de 14e eeuw bestaan vaak uit een mengsel van koper, tin en lood. De Hanzeroute in Nederland liep onder meer langs Deventer, Kampen, Zwolle en Harderwijk om in Vlaanderen langs Sluis en Damme haar eindstation Brugge te bereiken. Te verwachten valt dat in deze plaatsen in de toekomst logischerwijs nog wel meer van deze Noordse Hanzegewichten gevonden zullen worden. In Harderwijk is het Hanzepaardje inmiddels tot één van de stadssymbolen verheven en sterk vergroot op een buitenlocatie geplaatst.

Samenstelling volgens XRF-methode: Paardje Harderwijk, koper 60%, tin 13%, lood 22,6%. Paardje Sluis, koper 78%, tin 6,4%, lood 14,7 %.

Literatuur

  • Grieg, S., 1933: Middelalderske byvund fra Bergen og Oslo, Oslo.
  • Hendrikse, H., Bronzen gewichten in de vorm van een paard, in: Westerheem 3, jaargang 54-juni 2005.
  • Holmboe, C.A., 1863: Norske vaegtlodder fra fjortende Aarhundrede, Christiania.
Bronzen paardje op een sokkeltje, van opzij gefotografeerd tegen een lichte achtergrond.

Loodbronzen gewicht in de vorm van een paard, gewicht circa 100 gram. H. 4,5 cm. 14e eeuw. Herkomst: Noorwegen, bodemvondst Sluis. Part. coll.

Foto: Henk HendrikseBeeldbronEigen foto van Henk Hendrikse, met zijn toestemming voor deze archiefwebsite

Objectgegevens en beeldgebruik

Loodbronzen gewicht in de vorm van een paard, gewicht circa 100 gram.

Oorspronkelijke beeldbron Bronverwijzing: Afb. 1.

Foto uit Zuidwesterheem 110, oktober 2022, p. 24, Afb. 1 (Per afbeelding: 'Foto: Henk Hendrikse.'). Onbewerkte beeldgegevens uit de PDF; stroken verticaal. Metadata verwijderd; geen uitsnede, verscherping of vergroting.

Grijs tinloden paardje met ruiter die een zwaard heft, van opzij.

Tinloden paardje met ridder, H. 3,6 cm. 14e eeuw, bodemvondst Middelburg.

Foto: Henk HendrikseBeeldbronEigen foto van Henk Hendrikse, met zijn toestemming voor deze archiefwebsite

Objectgegevens en beeldgebruik

Tinloden paardje met ridder, H. 3,6 cm. 14e eeuw, bodemvondst Middelburg.

Oorspronkelijke beeldbron Bronverwijzing: Afb. 2.

Foto uit Zuidwesterheem 110, oktober 2022, p. 25, Afb. 2 (Per afbeelding: 'Foto: Henk Hendrikse.'). Onbewerkte beeldgegevens uit de PDF; stroken verticaal. Metadata verwijderd; geen uitsnede, verscherping of vergroting.

Klein tinloden paardje met ruiter met geruit lijf, van opzij.

Tinloden paardje met ridder, H. 3,0 cm. 14e eeuw, bodemvondst Aardenburg.

Foto: Henk HendrikseBeeldbronEigen foto van Henk Hendrikse, met zijn toestemming voor deze archiefwebsite

Objectgegevens en beeldgebruik

Tinloden paardje met ridder, H. 3,0 cm. 14e eeuw, bodemvondst Aardenburg.

Oorspronkelijke beeldbron Bronverwijzing: Afb. 3.

Foto uit Zuidwesterheem 110, oktober 2022, p. 26, Afb. 3 (Per afbeelding: 'Foto: Henk Hendrikse.'). Onbewerkte beeldgegevens uit de PDF; stroken verticaal. Metadata verwijderd; geen uitsnede, verscherping of vergroting.